Pesten

Pesten komt veel voor op scholen en in klassen. Pesten onderscheidt zich van plagen of ruziemaken, doordat het bedoeld is om iemand te kwetsen, doordat het herhaaldelijk en structureel gebeurt, en doordat er een duidelijk machtsverschil is tussen degene die pest en het slachtoffer. Het pesten kan slaan en schoppen zijn, maar ook buitensluiten en roddelen, of digitaal via je telefoon of de computer. Als je gepest wordt, beseft de omgeving vaak niet hoeveel impact dit op je heeft. Je praat er misschien ook liever niet over uit schaamte. Kinderen die gepest worden of in het verleden gepest zijn, worden vaak erg onzeker en hebben weinig zelfvertrouwen. Die deuk in je zelfvertrouwen is niet zomaar hersteld. Je kunt er je hele leven last van houden, tot in je volwassen leven.
Veel psychologische behandelingen richten zich bij onzekere kinderen en volwassen die gepest worden of in het verleden gepest zijn, voornamelijk op sociale weerbaarheid. Het is belangrijk te leren hoe je op een handige manier voor jezelf kunt opkomen en wat je kunt doen tegen het pesten.
Je leert hoe je je anders tegenover anderen kunt gedragen, maar gevoelsmatig kan je lange tijd last houden van de pestervaringen. Je zelfvertrouwen en je vertrouwen in anderen zijn beschadigd. Dat maakt het vaak lastig je ook op langere termijn assertiever te gedragen. Of je bent zo bang weer gepest te worden, dat je het contact met anderen liever uit de weg gaat.
De onzekerheid kan je ook als volwassene vaak nog lange tijd blijven achtervolgen. Je blijft bijvoorbeeld nog gevoelig voor de mening van anderen of hebt moeite anderen te vertrouwen. EMDR helpt je je zelfvertrouwen te herstellen.

Hoe werkt EMDR bij pesten?
Met EMDR grijpen we in op gevoelsniveau. De herinneringen aan de pestervaringen kunnen we met EMDR van hun negatieve emotionele lading ontdoen. Hierdoor verdwijnt de negatieve invloed van die herinneringen op bijvoorbeeld je zelfbeeld en gevoel van eigenwaarde. In veel gevallen kunnen we aan die herinneringen vervolgens een positievere betekenisgeving koppelen (bijvoorbeeld dat jij goed bent zoals je bent – en dat het pestgedrag van die ander dus niets met jou als persoon te maken heeft). Het gevoel van eigenwaarde kan dan hersteld worden. Je gaat je sterker en zelfverzekerder voelen, ook als het pesten nog doorgaat. Hierdoor zal je beter in staat zijn het pesten te laten stoppen.
Een voorbeeld: Elise (16) werd structureel door een groep kinderen uit een hogere klas uitgescholden en buitengesloten. Tijdens een EMDR sessie kwamen we erachter dat zij zich (opnieuw) minderwaardig voelt als zij aan die gebeurtenissen terug denkt. Ook in contact met andere kinderen dan de pesters kan zij die gevoelens van minderwaardigheid ervaren. In de EMDR sessie konden we deze negatieve emotionele lading (namelijk de overtuiging ‘Ik ben niet de moeite waard’) van deze herinnering weghalen. Vervolgens konden we aan die herinnering een positievere betekenis koppelen, namelijk de overtuiging ‘Ik ben goed zoals ik ben’. Elise kon dit eerder op rationeel niveau wel bedenken, maar het voelde toen nog niet zo. Na de EMDR behandeling kon zij deze overtuiging ook echt gaan voelen.
Na vier EMDR sessies had Elise geen last meer van haar minderwaardigheidsgevoelens. Ze trok zich minder aan van wat anderen van haar vonden, voelde zich sterker en rustiger. Ze besloot het gesprek aan te gaan met de kinderen die haar pesten, met hulp van haar ouders en school. Ze was niet langer bang voor ze en voelde zich weer zelfverzekerd genoeg om nieuwe vriendinnen te maken. Ze denkt dat dit heeft geholpen om het pesten uiteindelijk te laten stoppen.
EMDR kan goed gecombineerd worden met een (meer gedragstherapeutische) behandeling gericht op het verbeteren van de sociale vaardigheden en de sociale weerbaarheid.